VERHALEN:

"Het gewone leven"

Een inkijkje in de buurt buiten de muren, door de ogen van Anneke Smits 

Als binnen de gevangenismuren de dag op gang kwam, kwamen ook de straten rondom 'De Noordsingel' van lieverlee tot leven. De buurtbewoners waren gewend aan de muren van de gevangenis, die stonden er immers al toen zij daar kwamen wonen. Al hadden de meeste van hen geen idee van wat zich nu precies in het gebouw afspeelde. Wie waren die buurtbewoners eigenlijk?

ERAG
Een van de vroegere buurtbewoners is Anneke Smits. Zij groeide op als (dan nog) Hans Smits, vernoemd naar haar vader, eigenaar van de Eerste Rotterdamsche Auto-Garage (ERAG) die sinds 1897 was gevestigd aan de Noordsingel. ‘Behalve reparatiewerkzaamheden en de verkoop van automobielen, had mijn vader ook een belangrijke inkomstenbron uit de stalling van auto’s in de vele garageboxen,’ aldus Anneke. ‘De meeste buurtbewoners waren dus wel klant van mijn vader. Wij moesten dus ook altijd tegen iedereen beleefd zijn, want ja, je wist maar nooit. Ook twee rechters van het kantongerecht en vier cipiers uit de Noordsingel waren klant bij mijn vader. Een van de rechters had eerst een Opel Admiraal, maar mijn vader wist hem een Mercedes 220S te verkopen. De andere rechter had een grote Chevrolet Belair. Een cipier had een Opel Cadet, eentje had een Opel Record, nummer drie had een Peugeot 404 en de vierde had een Renault 16. Grappig he, dat ik dat allemaal nog weet. Maar omdat we dus klanten hadden in het gevangeniscomplex, kwam ik daar wel eens. Bijvoorbeeld om een boodschap voor een van de cipiers af te leveren. Nee, dat vond ik niet gek. Die gevangenis was gewoon onderdeel van ons dagelijks leven.’

Normale leven in 1965
Aan de hand van de vele verhalen van Anneke krijgen we een indruk van de wijk waar ze als jonge jongen opgroeit en waar het 'normale' leven zich afspeelt. We nemen een zonnige dag, zeg ergens in juni 1965. Vaders gaan naar hun werk, kinderen wandelen via het stenen bruggetje bij de Wateringhestraat of het houten bruggetje bij de Teilingerstraat naar een van de nabijgelegen scholen. Een enkele huisvrouw lapt al vroeg de ramen en uit de openstaande ramen klinken flarden van The Beatles met hun ‘Ticket to Ride’ uit de transistorradio.

De Noordsingel is lang en telt aan beide kanten van de singel vele huizen, verschillende winkels en bijzondere gebouwen. Zoals de Rehobothkerk en de banketbakkersschool. En natuurlijk ook een aantal cafés, zoals De Wachtzaal, een benaming die alles heeft te maken met de rechtbank. En niet te vergeten, Café De Lick, waarvan het terras op deze mooie dag straks weer propvol mensen zal zitten, genietend van een drankje in de zon. En waar de gevleugelde uitspraak luidt: 'Het is beter om in De Lick te zitten dan te zitten in de lik…'.

Bewoners
Aan die Noordsingel woont bijvoorbeeld ook goochelaar en illusionist Okhuizen. In zijn souterrain liggen de wonderlijkste dingen opgeslagen, terwijl in zijn voortuin een schare stenen kabouters de aandacht trekt. En in een van de bovenhuizen woont Albert de Booy, een van de dan bekendste Rotterdammers. Eén klik van radio of televisie en ‘Appie’ is hoor- of zichtbaar.

Aan de Noordsingel woont ook Adriaan van den Ham, samen met zijn zus. Al zullen de meeste mensen hem beter kennen onder de naam Spokie. Misschien vanwege het zwarte pak dat hij altijd draagt, samen met een bolhoed en een paraplu. Of misschien omdat zijn gedrag nogal zonderling is. De voortuin van zijn huis heeft een bijzondere aantrekkingskracht, vooral op de jeugd. De tuin is helemaal dichtgegroeid en achterin staat een geheimzinnig huis met kapotte ramen, dichtgeplakt met plastic en karton. Straks, na schooltijd, zullen de stoere kinderen zijn tuin inlopen om zo dicht mogelijk bij het huis komen. En de echte durfals zullen dan ‘Spokie, spokie’ roepen. Het verhaal gaat dat Spokie lijken in zijn tuin verbergt en dat er opgezette schildpadden onder zijn voordeurtrap liggen….. Over een paar jaar zal in het huis brand uitbreken en zal blijken dat er tonnen geld in het huis verstopt liggen. Maar dat is pas later…

Deze ochtend mag natuurlijk Toon, het hulpje van de groenteman, niet ontbreken. Toon bezorgt de boodschappen op de fiets en is dus een bekend gezicht in de wijk. Net zoals Jansje, de Scheveningse vrouw die straks met haar vis langs de deuren zal gaan. En nee, de gevangenisdeuren slaat ze dan niet over.

Burgemeester Roosstraat
Een van de zijstraten van de Noordsingel is de Burgemeester Roosstraat. Deze loopt helemaal door tot aan de Zwart Janstraat. Daar treffen we links op de hoek drogisterij Bos met drogist Balkestein achter de toonbank. Natuurlijk gekleed in een witte jas, want dat hoort nu eenmaal zo. In een van de oude huizen in de Burgemeester Roosstraat zit ook de waterstoker. Bewoners kunnen daar voor een dubbeltje een emmer kokend water halen. Recht tegenover de waterstoker zit het postkantoor.

Kapper
Voor een lekkere taart moeten de buurtbewoners op de hoek van de Noordsingel en de Bergweg zijn, bij banketbakker Salters. Op de andere hoek zit Café du Nord met aan de overkant de krantenkiosk. Op de Noordsingel mag natuurlijk ook de kapper niet ontbreken. Die zorgt niet alleen voor keurig gekapte dames, maar maakt ook pruiken. Van echt haar. Een afgeknipte vlecht levert al gauw 50 cent op.

Zomaar een inkijkje in deze wijk, buiten de muren van de gevangenis. Waar het leven, ook op een zonnige dag in juni 1965, gewoon doorgaat.